Nederlands en knus

De parochieschool kiest doelbewust voor kleinschalige, knusse klasgroepen in het lager onderwijs met momenteel gemiddeld achttien leerlingen in een klas. Dit is veel beter dan grote klasgroepen. Het laat een efficiëntere en persoonlijkere leeraanpak toe. Knusse groepen laten begeleiding op maat toe. Onze kinderen krijgen de tijd en zorg die ze verdienen.
Behalve de grote groep Nederlandstalige leerlingen verwelkomt ons team ook Franstalige en tweetalige gezinnen uit Maleizen en van over de taalgrens. Dit is het geval bij de meeste scholen die dicht bij de taalgrens liggen en we verwelkomen elk kind met een brede glimlach. Op school wordt in principe alleen in het Nederlands gesproken door iedereen: kinderen, ouders en alle betrokkenen bij de school. Regelmatig halen onderzoeksresultaten de krant met uiteenlopende meningen over taalbeleid op school, dus daarom lichten wij onze visie toe.
Jaar na jaar merken we dat je het best op een Nederlandstalige school mee kan als jij en je vrienden zich comfortabel voelen in het Nederlands. Dat vergt bij sommige kinderen wat training. Startende kinderen die nog onvoldoende Nederlands verstaan, gaan we natuurlijk in hun thuistaal helpen waar nodig voor de belangrijkste zaken. Maar we noemen daar ook de Nederlandse woorden bij en stimuleren hen om die te herhalen en zelf te gebruiken. Onze school is geen voorstander van een repressief beleid, maar wel van sensibilisering. Als we meer ruimte zouden geven voor het Frans dan nodig, zoals sommige onderzoekers voorstellen, dan creëren we een hindernis tussen praten en leren. Zo’n drempel tussen de voertaal en de leertaal staat het spontane leren en ontwikkelen in de weg en het is onnodig. Ook Franstalige leerlingen zijn immers zeer gemotiveerd om Nederlands te spreken met hun vrienden. We geloven in de tweetaligheid en juist daarom stimuleren we Nederlands, iets waar onze leerlingen hun leven lang voordeel van zullen hebben.
Ouders die gekozen hebben voor Nederlandstalig onderwijs dienen zelf ook voldoende Nederlands aan te bieden thuis, door gesprek en/of filmpjes. Minstens één van de opvoedende familieleden moet voldoende Nederlands kennen om te helpen met huiswerk en om de communicatie van de school te kunnen begrijpen en beantwoorden.